Selecteer een pagina

Daudi mag naar school

Dit verhaal over Daudi schrijf ik voor Schols-Foundations. Samen met Stije van der Beek ontmoette ik Daudi in Malawi.

Voorzichtig liet Daudi zijn hand over de stof glijden. Naast het blauwe overhemd met roze kraag van zijn broer hing nu ook een klein overhemd. Precies dezelfde kleuren, dezelfde stof, dezelfde geur. Gewassen en gestreken. Dit kon maar één ding betekenen. Daudi mocht ook naar school. Een zware geur van zweet en koffie drong zijn neus binnen. Hij voelde de hand van zijn vader op zijn schouder en keek op. Zijn vader wees naar het kleine overhemd en vervolgens naar Daudi. Zachtjes kneep zijn vader hem in zijn wang. 

Daudi was al vaker op school geweest. Samen met zijn ouders bracht hij elk jaar zijn broer weg. Zijn broer had hem al laten zien waar de ruimte was met tafels, met stoelen, met een schoolbord en een meester die hem ging leren lezen. Zijn broer Alex had hem ook al laten zien waar hij ging slapen en waar hij zich kon wassen. Nu hoefde hij hem niet meer te missen. Samen zouden ze naar de school gaan en samen zouden ze de vakanties thuis bij hun ouders doorbrengen.  

De volgende ochtend was Daudi al vroeg wakker. Dit was de dag. Hij wist het zeker. Zijn moeder had zijn tas ingepakt en bij de deur klaargezet. De blauwe bloes zat netjes opgevouwen in de tas. Snel schrokte Daudi zijn pap naar binnen. Hoe sneller hij klaar was des te eerder kon hij weg. Hij voelde een hand over de zijne wrijven. Zijn moeder keek hem aan, haar andere hand maakte ze vlak en bewoog ze langzaam naar beneden. Rustig aan, bedoelde ze.

Daudi voelde de lippen van zijn broer tegen zijn voorhoofd, twee handen op zijn schouders.  De mond van zijn moeder bewoog terwijl ze de deur van het huis dicht deed. Ze stapte op Daudi af en pakte zijn hand vast. Vervolgens tilde ze een kleine tas op en gaf deze aan Daudi. De tas met kleren tilde ze op haar hoofd. Daudi keek om en zag zijn broer en zijn vader staan. Ze hadden allebei een arm in de lucht en zwaaiden. Waarom gingen zij niet mee? Daudi probeerde zich los te maken maar zijn moeder hield hem stevig vast. Hij wees naar zijn vader en broer. Zijn moeder reageerde niet. Met zijn hand tikte hij tegen de arm van zijn moeder. Ze konden toch niet zonder zijn vader en broer vertrekken? 

Daudi bleef achter zich kijken tot hij zijn vader en broer niet meer kon zien. De passen van zijn moeder maakte dat hij een beetje moest rennen. Hij voelde een traan kriebelen op zijn wang. Zijn moeder stopte met lopen en hurkte voor hem. Ze tikte met haar rechter hand tegen haar wang. Dat was het teken voor Daudi’s broer. Ze wees een kant op. Daarna duwde ze haar vinger op Daudi’s borst en wees de andere kant op. Daudi wist niet zeker of hij het goed begreep. Zijn moeder veegde met haar sarong de tranen van zijn wangen. Samen liepen ze verder.

foto’s zijn van Stije van der Beek

Lees binnenkort hoe het verhaal verder gaat.